Wederopstanding van het Middenrijk: China's geopolitieke mars naar de wereldmacht - OvdP
In de Prince-Academie vond onlangs een debat plaats over de toekomst van de wereldorde. Na eerdere sessies over de Chinese traditie, de politieke cultuur en de technologische innovatie, was het nu de beurt aan Frans-Paul van der Putten, een van de meest vooraanstaande China-experts van de Lage Landen. Onder leiding van voormalig diplomaat Pieter Langenberg werd de complexe positie van China ontleed: van een land dat ooit een prooi was van koloniale machten tot een onmisbare speler op het wereldtoneel. "China streeft niet alleen naar macht, maar naar een fundamentele vorm van geopolitieke veiligheid die het onkwetsbaar maakt voor externe druk", stelde Van der Putten.
Jan Van Daele: We hebben al een lange weg afgelegd in onze verkenning van China. We leerden van Veerle De Vos dat Chinezen tijd niet lineair zien, zoals wij, maar in cirkels. Ze zien dynastieën opkomen, bloeien en weer ondergaan. President Xi Jinping kan in die zin worden gezien als de leider van een nieuwe dynastie die China weer groot wil maken. Henk Schulte Nordholt legde ons uit hoe een autoritair bestuur daar hand in hand gaat met economisch succes. Pascal Coppens nam ons mee langs de 'vier mirakels' van de Chinese industrie: van de 'fabriek van de wereld' naar een innovator in AI en batterijtechnologie. Vandaag kijken we met Frans-Paul van der Putten naar het geopolitieke sluitstuk.
Pieter Langenberg: Frans-Paul, je bent historicus en adviseert al 25 jaar over China. In je boek De wederopstanding van China beschrijf je de reis van prooi tot wereldmacht. Laten we beginnen bij de basis: hoe groot is de invloed van China vandaag de dag werkelijk?
Frans-Paul van der Putten: Invloed is moeilijk exact te meten, maar de trend is onmiskenbaar. China's invloed is momenteel vooral economisch van aard. Vrijwel elk land ter wereld, van de kleinste naties tot grootmachten als de VS en de landen in West-Europa, heeft China nodig als economische partner. Ze hebben zichzelf onmisbaar gemaakt, zowel in directe handelsbetrekkingen als op het niveau van de gehele wereldeconomie. Er is op dit moment geen enkel land dat de centrale rol van China in de wereldwijde productieketens kan overnemen.
In de brede zin van het woord bevindt China zich nu in een unieke positie: ergens tussen de Verenigde Staten en de rest van de wereld. Hoewel de VS op veel vlakken nog steeds invloedrijker zijn, is er geen enkel ander land dat het niveau van China haalt.
Bronnen van de Chinese kracht
Pieter: Waar komt die enorme motivatie en kracht vandaan? Is het alleen een kwestie van omvang?
Frans-Paul: Het is een combinatie van factoren. Ten eerste is er de continuïteit van de staat. Het keizerrijk werd al in 221 voor Christus gesticht, wat een enorme diepte geeft aan de politieke cultuur. Combineer dat met de gigantische bevolkingsomvang - iets wat zij alleen met India delen - en je hebt een enorm reservoir aan menselijk kapitaal.
Maar de belangrijkste drijfveer is misschien wel de collectieve motivatie om zichzelf sterker te maken. Dit is diep geworteld in de ervaringen uit het koloniale verleden, waarin China weliswaar nooit een formele kolonie was, maar wel onder collectieve koloniale druk stond van landen als Groot-Brittannië, Japan, maar ook België en Nederland. China heeft een sterk zelfbeeld als een unieke beschaving die een centrale rol in de wereld verdient.
Pieter: Welke concrete doelen streeft Peking na? Zijn ze al tevreden met wat ze bereikt hebben?
Frans-Paul: De doelen zijn stabiliteit, welvaart en internationale erkenning. Maar bovenal streeft China naar wat ik geopolitieke veiligheid noem. Dat betekent dat ze een niveau van macht willen bereiken waarop ze effectieve weerstand kunnen bieden aan elk ander land dat druk op hen wil uitoefenen, of dat nu economisch, diplomatiek of militair is. Ze willen niet onderdoen voor de sterkste speler ter wereld, wat momenteel de VS zijn.
Zijn ze er al? Nee. De welvaart per hoofd van de bevolking ligt nog steeds ver onder die van West-Europa. Xi Jinping benadrukt voortdurend dat het land nog 'onderweg' is naar een groter doel. Veiligheid is bovendien een relatief begrip. In een instabiele wereld is er altijd behoefte aan méér veiligheid.
Amerika, een hegemoon in de verdediging
Pieter: De opkomst van China roept een felle reactie op in Washington. Hoe analyseer jij de Amerikaanse houding?
Frans-Paul: De VS maken zich grote zorgen om hun positie als nummer één. Zij accepteren niet dat een ander land op hetzelfde niveau komt. Dat leidt tot zeer concrete problemen voor de Amerikaanse machtsuitoefening. Traditioneel gebruiken de VS economische druk en sancties om gedrag van andere landen te beïnvloeden, omdat dat minder risicovol is dan militair ingrijpen.
Maar door de opkomst van China werken die sancties minder goed. Kijk naar de annexatie van de Krim door Rusland in 2014. De sancties zouden veel meer effect gehad hebben als Rusland geen nauwe economische banden met China had gehad. China biedt een alternatief, waardoor de Amerikaanse economische hefboomkracht verwatert.
Pieter: Je maakt in je boek een interessante vergelijking met Groot-Brittannië aan het einde van de negentiende eeuw. Kun je dat toelichten?
Frans-Paul: Zeker. Aan het einde van de negentiende eeuw zagen de Britten dat andere grootmachten zo dichtbij kwamen dat ze het systeem van openheid en vrijhandel niet meer in hun eentje overeind konden houden. Ze lieten hun idealen varen en begonnen zelf ook gebieden te claimen om hun positie te beschermen. De VS lijken nu op een vergelijkbaar punt te zitten. Ze hebben het vertrouwen in de door henzelf ontworpen wereldorde verloren en trekken zich terug uit multilaterale systemen om puur in te zetten op hun grootste troef: militaire macht.
Regionale brandhaarden: Taiwan en de Zuid-Chinese Zee
Pieter: Een van de meest precaire punten is Taiwan. Waarom is dit dossier zo emotioneel beladen voor China? Is het slechts een strategische berekening?
Frans-Paul: Het zit veel dieper dan rationaliteit alleen. Voor China is Taiwan het symbool van historisch onrecht. In 1895 werd China verslagen door Japan en moest het Taiwan afstaan. Dat wordt gezien als een nationale vernedering. De Communistische Partij legitimeert haar macht deels door de belofte dit onrecht recht te zetten en de nationale eenheid te herstellen.
Strategisch gezien volgt China drie trajecten voor Taiwan: een militair traject (het opbouwen van overmacht), een economisch traject (Taiwan afhankelijk maken) en een politiek traject (beïnvloeding van het publieke debat op het eiland). Echter, de Taiwanese identiteit wordt juist sterker en de roep om aansluiting bij het vasteland neemt af, wat de situatie voor Peking frustrerend maakt.
Pieter: En de Zuid-Chinese Zee? Werkt dat conflict de opkomst van China tegen?
Frans-Paul: Op dit moment wel. Het absorbeert een enorme hoeveelheid energie en capaciteit van de Chinese diplomatie en het leger. Voor Europa ontstaat hier een paradox: het is gunstig dat China niet té machtig wordt zolang het in de eigen regio wordt tegengewerkt door de VS en hun bondgenoten, maar een daadwerkelijke oorlog in Azië zou ook voor ons rampzalig zijn.
Europa klem tussen twee giganten
Pieter: Europa lijkt een speelbal te worden in deze strijd. We zien dat in Nederland heel concreet bij ASML. Hoe moet de Europese Unie hiermee omgaan?
Frans-Paul: Nederland was inderdaad de 'kanarie in de kolenmijn'. Al sinds 2018 oefenen de VS zware druk uit op de Nederlandse regering en ASML om de export van geavanceerde chiptechnologie naar China te beperken. Dit is een enorm dilemma, want China is de grootste afzetmarkt voor ons belangrijkste bedrijf.
Europa zit in een spagaat: we zijn voor onze veiligheid afhankelijk van de VS, maar worden economisch steeds afhankelijker van China. Toch biedt China ook een kans voor Europa om meer autonomie te verwerven. In een machtsspel heb je een derde partij nodig om je afhankelijkheid van de dominante speler (de VS) te temperen. Zonder China wordt het voor Europa heel moeilijk om een eigen koers te varen ten opzichte van Washington.
Het probleem is het fundamentele vertrouwensprobleem. China weet niet of wij als NAVO-bondgenoten in een eventueel conflict de kant van de VS zullen kiezen, en wij weten niet of we China als een potentiële vijand moeten zien. Dat blokkeert diepgaande samenwerking op veiligheidsgebied.
Technologie en de 'Red Ocean'
Pieter: We hoorden van Pascal Coppens over het Chinese innovatiemodel, de zogenaamde 'Red Ocean'. Wat betekent dit voor de technologische wedloop, met name op het gebied van AI?
Frans-Paul: Waar westerse bedrijven vaak zoeken naar een 'Blue Ocean' - een nieuwe markt zonder concurrentie - duiken Chinese bedrijven juist in verzadigde, moeilijke markten om daar op efficiëntie en kosten te winnen. Op het gebied van AI zien we nu een gevaarlijke race. AI is de sleutel tot toekomstige militaire macht.
Toch zie ik hier een kleine opening voor samenwerking. Als de VS en China beseffen dat AI een onbeheersbaar probleem wordt dat de wereldveiligheid ondermijnt, zouden ze elkaar kunnen vinden in gezamenlijke regulering. Het zou een stabiliserende factor kunnen zijn, vergelijkbaar met hoe de klimaattop in Parijs in 2016 een moment van gedeeld leiderschap was. Europa zou hier een rol kunnen spelen door dit debat te faciliteren, ook al doen we zelf niet mee in de top van de AI-race.
Vragen uit de PrinceAcademie
Pieter: China lijkt stabiel, maar dat wordt afgedwongen door een autocratisch systeem. Hoe duurzaam is dat model?
Frans-Paul: Autocratische systemen zijn onder de oppervlakte vaak minder stabiel dan ze lijken en ze kunnen slecht tegen grote schokken. Maar de overlevingskracht van de Communistische Partij is verrassend groot. Ze hebben sinds 1949 talloze crises overleefd. In de Chinese cultuur is de afwezigheid van chaos een van de hoogste politieke waarden. Democratie is in hun lange geschiedenis een zeldzaamheid. Politieke eenheid en nationale stabiliteit staan altijd voorop.
Pieter: Hoe moet de relatie tussen de Lage Landen en China zich ontwikkelen? Moeten we meer inzetten op cultuur?
Frans-Paul: Meer culturele uitwisseling is altijd goed om de afstand te verkleinen. Maar op politiek vlak kunnen Nederland en België weinig uitrichten buiten het Europese kader. Zelfs de grootste EU-landen zijn individueel te klein om indruk te maken op Peking. Onze enige weg naar een effectieve China-strategie loopt via Brussel. We moeten binnen de EU een beter idee ontwikkelen over waar we met China naartoe willen en hoe we ons opstellen in de driehoek met de Verenigde Staten.
Pieter: Frans-Paul, dit was een buitengewoon verhelderend gesprek. Het is duidelijk dat de 'wederopstanding' van China geen tijdelijk fenomeen is, maar een structurele verandering van onze wereld.
Dit artikel is een met AI gegenereerde weergave van de vierde sessie in een reeks over China. Het volledige gesprek kan worden teruggekeken op YouTube.
